Zon- en zonbescherming

SPD en blootstelling aan de zon: laat ons hier het licht op werpen...

 

Wat is een SPF?
Sun Protection Factor (SPF – zonbeschermingsfactor) verwijst naar technieken van het Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA – Voedsel- en drugsbeleid) om de efficiëntie van een zonbeschermer te evalueren wat betreft het Ultraviolet B (UVB)-deel van het spectrum. SPF meet geen beschermingsgraad tegen Ultraviolet A (UVA) straling.

De definitie van SPF is de verhouding tussen de duur van blootstelling aan ultraviolette straling (UVR), nodig om een minimale erytheem (roodheid) te detecteren in een beschermde huid en tijd, nodig om erytheem te produceren in een onbeschermde huid. Een typische testprocedure verloopt als volgt: huid die niet blootgesteld wordt, zoals het achterwerk, de onderrug, wordt bedekt met lichtwerende klevende folie; stukjes van 1cm worden achtereenvolgens uit de folie verwijderd zodat elke zone wordt blootgesteld aan een bepaalde dosis UVB straling. De volgende dag komt de patiënt terug om onderzocht te worden en worden de zones getest op erytheem (roodheid).

Het SPF-nummer geeft dus een idee over hoe lang je in de zon kan blijven zonder te verbranden. Bijvoorbeeld: als je normaal gezien na ongeveer 10 minuten zonder zonbescherming verbrandt en je een goede dosis zonbescherming aangebracht hebt met een SPF 15, ben je gedurende 150 minuten beschermd tegen zonnebrand. Dit betekent niet dat je tegen andere schadelijke stralen beschermd bent. Een breed spectrum zonbescherming is nodig om ook tegen de UVA stralen te beschermen.

Het label “Heel Waterbestendig” wordt gegeven als diezelfde zonbescherming nog getest wordt bij diezelfde SPF nadat het aangebracht is op een levend wezen en ondergedompeld in bewegend water voor vier keer 20 minuten. Onze poeders kregen een SPF 20 voor de losse en de vaste poeders. Ze kregen allemaal het label “Heel waterbestendig”. De nieuwe verhandeling van het FDA laat het niet meer toe om de term “waterproof” te gebruiken.
Wat is het verschil tussen een zonbeschermer en een zonblok?
Het woord “zonblok” (sunblock) mag volgens de nieuwe verhandeling van het FDA niet meer gebruikt worden. Het FDA probeert om elke mogelijke verwarring of elk mogelijk vals gevoel van veiligheid bij het publiek te vermijden. Hoewel titaniumoxide en zinkoxide in onze poeders de UV stralen echt blokkeren omdat ze net als een spiegel op de huid de stralen weerkaatsen, breken en absorberen. De meeste chemische zonbeschermingen absorberen op een efficiënte manier UVB stralen, gedeeltelijk UVA stralen en soms infrarode golven. Eens de chemicaliën aan de limiet zitten, beschermt de zonbeschermer niet meer. (Absorberen is een proces waarbij licht verloren gaat als het op een materiaal valt. Het licht is niet echt weg, maar wordt omgezet in een andere energie, zoals warmte).

Dr. Nicholas J. Lowe en Dr. Josia Friedlander van de Skin Research Foundation (stichting voor huidonderzoek) in Californië vertelden in hun recent boek Sunscreens: Development, Evaluation and Regulatory Aspects (Zonbeschermers: Ontwikkeling, Evaluatie en Regelgevende Aspecten) het volgende: Een nieuwe subklasse bij de natuurlijke blokkers, gemicroniseerde weerkaatsende poeders, zijn recent door verscheidene producenten op de markt gebracht. In vergelijking met de traditionele natuurlijke blokkers, zijn de gemicroniseerde weerkaatsende poeders minder zichtbaar en zorgen ze voor een breed spectrum bescherming tegen UVR. Ze zouden nuttig moeten zijn voor patiënten die gevoelig zijn voor UVR en die immuun zijn voor de oudere natuurlijke blokkers om cosmetische redenen. Een bijkomend voordeel is dat ze geen fotosensibilisatie veroorzaken.

Niet alle minerale poeders hebben een SPF. Als ze er een hebben, moet dat vermeld zijn op het etiket.